Warmbouw of koudbouw

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
  • Volken in warmbouw zijn gemakkelijker vanaf de achterkant te behandelen. Volken in koudbouw beter van opzij. In een bijenstal met allemaal kasten naast elkaar is warmbouw dus gemakkelijker.
  • Koudbouw heeft meer ventilatie / meer tocht dan warmbouw. De waardering (of het ventilatie of tocht betreft) hangt af van de klimatologische omstandigheden en/of de uit te voeren handeling:
    • Een volk in warmbouw kan zich bij koude gemakkelijker warm houden, maar een volk in koudbouw kan zich bij hitte gemakkelijker verkoelen (kan gemakkelijker lucht weg ventileren).
      • In de winter kan een volk in koudbouw op een extra kastdeel verder van het vlieggat worden gezet zodat tocht dan minder speelt.
    • In een kast met meer ventilatie kun je bijvoorbeeld ook gemakkelijker een varroabestrijding met een forse dosis mierenzuur doen, omdat die hoge dosis ook snel weer door de luchtstromen zal worden afgevoerd.
    • Een kast in warmbouw kun je m.b.v. een tussenschot gemakkelijker flexibel aanpassen aan de voor het volk gewenste grootte.
    • Bij een kast in warmbouw kun je achter het tussenschot ruimte over hebben om in de kast te kunnen voeren of bijvoorbeeld een raat met nog een beetje honing leeg te laten maken.
    • Voor het indikken van honing is warmte nodig (warmbouw), maar ook de aanvoer van droge koude lucht en de afvoer van warme vochtige lucht (koudbouw).
    • Omdat het broednest dicht bij het vlieggat zit en honing ver van het vlieggat wordt opgeslagen (achter en boven het broednest dus), heb je bij warmbouw een goede kans achterin ramen te vinden met honing zonder broed en/of stuifmeel.

Al met al:

een volk van voldoende omvang en met voldoende voedsel heeft geen problemen om voldoende warmte te ontwikkelen voor het broed en/of het indikken van honing, waarna de voordelen van ventilatie gaan tellen. Voor de imker kan warmbouw echter gemakkelijker zijn (en voor de bijen ook niet onoverkomenlijk).