Warré kast

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Zo kun je de opbouw van de winteropstelling goed bekijken; in het voorjaar zal hier een extra kastdeel onder worden gezet.
Warré kast van glas

Omschrijving

Begin 20e-eeuw liep in Frankrijk het aantal bijenhouders terug. Om deze beweging tegen te gaan ontwikkelde de abbé (=geestelijke) Émile Warré (1876?-1951) zijn 'Ruche populaire', een simpel te hanteren en relatief gemakkelijk zelf te bouwen kast die wij nu de Warré kast noemen.


De Warré kast lijkt kwa concept veel op kasten van eerdere datum zoals de Bevankast, de Keyskast, en de kast die gebruikt wordt in de Japanse traditionele imkerij.

De Warré kast bestaat uit opstapelbare kastdelen met elk acht toplatten. In editie 5 (uit 1923) van zijn boek "L' Apiculture Pour Tous" ("Bijenhouden voor iedereen") beschrijft Warré zijn kast nog in 3 versies:

  • een versie die comlete ramen bevat,
  • een versie met ramen zonder onderlat, en
  • een versie met alleen toplatten.

In editie 12 (uit 1948) van dat boek beschrijft hij alleen nog de versie met toplatten waaraan hij ook in editie 5 al wel de voorkeur geeft.


De interne afmetingen van de kast zijn 30 x 30 x 21 cm, en dat is dus niet zo groot. Het bovenste kastdeel van de Warré kast staat op een doek en wordt gevuld met isolerend (maar wel luchtdoorlatend) materiaal. Het dak van de kast heeft ventilatiegaten.


De bijen bouwen vanaf de toplatten, waaraan een klein stripje was, geheel hun eigen raat. Er wordt dus geen gebruik gemaakt van kunstraat. Benodigde extra kastdelen worden van onderen toegevoegd.

Aangezien de bijen van nature het broednest beneden en de honing boven willen, zullen de bijen al bouwende hun broednest naar beneden migreren zodat kastdelen bovenin uiteindelijk alleen honing bevatten (en dan kunnen worden geoogst). Dankzij deze werkwijze is een moerrooster dus niet nodig.


De bodem van de Warré kast is gewoon een plank op voetjes (waar als toegang een stuk uit is gezaagd, waar dan weer een plankje onder is gezet) zodat de bijen de raat niet verder uit kunnen bouwen voordat het volgende kastdeel er weer onder wordt geplaatst (want anders moet je die raat gaan afsnijden).


Kastwarmte is een belangrijke overweging voor Warré (zoals ook al aan het isolerende kastdeel valt op te maken). Mede daarom wordt de Warré kast bij het volgen van Warré's methode slechts zelden geopend. In pricipe zelfs slechts 2 maal:

  • in het voorjaar wanneer er onderaan lege kastdelen worden tussengevoegd (deze actie kost nauwelijks warmte), en
  • op het moment dat de bovenste kastdelen worden geoogst (de enige actie die warmte kost).


Overwintering gebeurt op 2 kastdelen met raat (waarboven dus nog het kastdeel met isolatiemateriaal en dak) en met een minimum van 12 kg voedsel.


Émile Warré bevolkte zijn kasten met (kunst-) zwermen. Hierbij voerde hij soms ook nieuwe koninginnen van elders in, maar hij liet de bijen dus ook zelf nieuwe koninginnen maken uit redcellen.


Dankzegging

Bovenstaande tekst is grotendeels gebaseerd op "Beekeeping for all", de door Pat en David Heaf gemaakte vertaling van de 12e editie van "L' Apiculture Pour Tous".


Navigatie