Water

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Voor onze honingbij is water één van de vier belangrijkste door de haalbijen uit de natuur te halen benodigde grondstoffen.

Onze honingbij gebruikt water:

  • voor het voeden van het broed, en
  • voor de vocht- en temperatuurregeling in het broednest.


Een groot broednest heeft veel water nodig.

Een larve bestaat voor het grootste deel uit vocht, en dat moet ergens vandaan komen. De jonge voedsterbijen consumeren daarvoor naast het vele stuifmeel ook veel water. Bij een tekort aan water kan er bij die bijen een levensbedreigende obstipatie optreden (meiziekte).

Ook voor de eitjes en de pas uit de eitjes komende larven is vocht van belang, waarbij het dan vooral gaat om de luchtvochtigheid. Als de relatieve luchtvochtigheid[1] te laag wordt drogen de eitjes en jonge larven uit waardoor die jonge larven zich niet goed van hun eischaal kunnen ontdoen en sterven.


Uiteraard is nectar is een belangrijke vochtleverantier, bij goede dracht moet het overtollige water hieruit zelfs worden weggewaaierd. Afgezien van die nectar slaan de bijen echter geen water in de raat op, het zou bederven. Oftewel, als er te weinig dracht is, dan zal het benodigde water elders moeten worden gehaald. Het is mogelijk dat sommige haalbijen zich dan zelfs op deze taak specialiseren[2].

In de winter kunnen de bijen vocht in de endeldarm opslaan en van daaruit weer in hun lichaam opnemen, en ook kan er dan condenswater in de bijen-behuizing aanwezig zijn. Ook dan zullen de bijen het benodigd water echter meestal elders moeten halen (of overgaan naar een kleiner broednest).

In de winter is het halen van water natuurlijk een gevaarlijke onderneming met een grote kans op verkleumen. Het is daarom belangrijk dat er in de directe omgeving water gevonden kan worden. Als dat er niet van nature is dan kan door de bijenhouder ook een zogeheten bijenkroeg worden ingericht.

Voetnoten

  1. Warme lucht kan meer vocht bevatten dan koude lucht en zal bij een gelijke hoeveelheid vocht in de lucht dus drogender zijn dan koude lucht. Het begrip 'relatieve luchtvochtigheid' geeft weer hoeveel vocht er in de lucht zit is relatie tot de hoeveelheid vocht die er - bij die temperatuur - in zou kunnen zitten.
  2. Gene E. Robinson, Benjamin A. Underwood, Carol E. Henderson. A highly specialized water-collecting honey bee. Apidologie, Springer Verlag (Germany), 1984, 15 (3), pp.355-358.