Wilg

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Algemene toelichting

Wilgen zijn pioniersoorten met een grote lichtbehoefte. Wilgen komen in Nederland veel voor langs sloten. Wilgen houden namelijk over het algemeen van een vochtige bodem en groeien zeer snel. De bloem van de wilg heeft de vorm van een katje die zitten of staan (dit in tegenstelling tot de verwante populieren die hangende katjes hebben).

De wilg is voor onze honingbij zeer interessant omdat de mannelijke wilgenkatjes al vroeg in het jaar veel stuifmeel geven, die bovendien kwalitatief erg goed is omdat er maar liefst 5 van de 6 voor de bijen noodzakelijke aminozuren in zitten.

Omdat het in het vroege voorjaar vaak ook nog te koud voor de bijen is om ver te vliegen, is het handig om (mannelijke exemplaren van) de vroeg bloeiende wilgesoorten echt dichtbij de bijenstal te zetten.

Omdat de katjes voornamelijk op éénjarig hout groeien moet de wilg altijd na de bloei sterk worden terug gesnoeid.


Als je wilt dat een jonge wilg een boom wordt (i.p.v. een struik die van onder af aan allemaal uitlopers heeft) dan moet je alle uitlopers uitlopers op één na (de middenste, c.q. meest verticale) weghalen. Een wilg in boomvorm die op ongeveer 2 m hoogte wordt afgezaagd heet dan een knotwilg. Een knotwilg moet gesnoeid worden zodra als de takken te zwaar worden en dreigen om te vallen.

Een treurwilg gaat net als een plataan vroeg of laat verpieteren, dode twijgen etc., en moet dan gesnoeid worden tot op de hoofdtakken.

Bij droog weer is het aan te bevelen om de wilg nat te houden.


Vermenigvuldiging vooral door stekken

De pluizige zaden van de wilg worden door de wind verspreid maar zijn slechts korte tijd kiemkrachtig. De meeste soorten zijn gemakkelijker te vermenigvuldigen door middel van stekken.


Het opkweken van nieuwe wilgen start tijdens de winterrust, niet later dan maart, voor de bladvorming. Je snijdt uit het middendeel van een nieuwe scheut stekhout van 0,5 tot 2 centimeter dik en 25 centimeter lang. De einden snijd je aan de onderkant juist onder en aan de bovenkant juist boven een knop af. Dit stekhout stop je voor 2/3 deel in de grond (als de grond hard is eerst een gat maken, want anders beschadig je de stek), met minimaal 3 knoppen boven de grond.


Meerdere soorten


Filmpje

Opgenomen 14 maart 2011 (mannelijke wilgen) en 29 maart 2011 (een vrouwelijke wilg).

(In de aan/uit te zetten ondertiteling wordt een nadere toelichting gegeven.)


Verwijzingen en bronnen