Winterakoniet

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Bloeiende winterakoniet in de zon bij een temperatuur van -1 gr C.
Het duidelijk het aanwezige stuifmeel in de open bloemen.
Overzicht pollen van de winterakoniet.
Vergroting van een pol van de winterakoniet.

(Latijnse naam: Eranthis hyemalis (L) Salisb.)

Omschrijving en kenmerken

De winterakoniet is een bolgewas, en heeft stengels met daarop telkens één gele bloem. Deze bloem wordt omkranst door zes ongesteelde bladeren.

De winterakoniet komt van nature voor in Zuid-Frankrijk, Italië en de Balkan, maar is (net als het sneeuwklokje) al in de 15e eeuw op grote schaal aangeplant in tuinen van buitenplaatsen van kastelen, kloosters en landgoederen.Door de jaren heen zijn ze grotendeels verwilderd.

Al met al zijn ze in de Lage Landen vrij zeldzaam (met uitzondering dus van historisch bepaalde grotere lokale bestanden). Ze zijn echter wel in de handel verkrijgbaar en vanwege de vroege bloei een aanrader.

Het is een prima plantje voor onder bladverliezende struiken. Het bloeit, maakt zaad, en is weer verdwenen voordat de bladeren van de meeste struiken (boomen) uitkomen.

Zodra de sneeuw en vorst uit de grond is in het vroege voorjaar zullen de groene bladerkransjes zich tonen. Wanneer de buitentemperatuur dan ook nog eens boven de 12 - 13°C uitkomt dan zullen de eerste bijtjes en de eerste hommels het gele hartje van deze bloem proberen te veroveren op zoek naar verse pollen.

Winterakoniet en speenkruid bloeien op hetzelfde moment en kunnen op dezelfde plaats groeien. Verwarring ligt dan voor de hand want ze hebben beide gele bloemetjes. Toch zijn ze wel goed van elkaar te onderscheiden.

Winterakoniet kent twee methoden van vermeerderen:

  • De winterakoniet vormt kleine bruine knolletjes waaruit in het volgende voorjaar nieuwe planten ontstaan.
    • Deze bolletjes zijn zeer gevoelig voor uitdrogen. Als je de knolletjes in september de winkel koopt zijn deze al drie maanden "boven de grond". Koop de knolletjes en plant deze nog de zelfde week!! Strooi ze daartoe uit en bedek ze dan met een laagje aarde.
  • De winterakoniet vormt zaad.
    • Dit zaad kan desgewenst worden verzameld en op andere plaatsen uitgezaaid. Het duurt dan wel drie jaar voor je op die ingezaaide plekken ook weer bloeiende akonieten hebt.
      • Ook dit zaad is gevoelig voor uitdrogen. Als je zaad verzameld zaai dit nog de zelfde dag op een "kaal" plekje bv in een "lege" plantenbak. Zet deze in de schaduw en het volgende voorjaar vroeg op een zonnig plekje. Honderden kleine handjes van een halve cm groot steken begin maart boven de grond. Wel af en toe bij een periode van droogte wat water geven. Je kunt dit zaaisel nog een jaar laten staan en na het tweede groeiseizoen - juni - de knolletjes uitplanten ze hebben dan geen blad meer. Het volgend voorjaar bloeit dit zelf gezaaide zaaisel.
    • Voor de zaadvorming moet de winterakoniet natuurlijk wel bevlogen worden. Als de omstandigheden te koud zijn dan zal dat niet gebeuren (in dat geval kun je met een fijn penseel wellicht zelf invallen voor de bestuivingsrol van de honingbij).



Filmpje

Opgenomen: 14 maart 2011 (in bloei en bevlogen), 13 april 2011 (gesloten zaaddozen), en 26 april 2011 (geopende zaaddozen).

(Via de aan/uit te zetten ondertiteling kun je de datering aan/uit zetten.)


Pollen informatie


Verwijzingen en bronnen