Zulte

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

(Latijnse naam: Aster tripolium)

Aster-tripolium-01.jpg

Omschrijving en kenmerken

Zulte (ook wel zeeaster) is de enige reeds van oorsprong in Nederland voorkomende aster. De naam 'zulte' is een afgeleide van het woord 'zilt', en zulte komt dan ook alleen voor in gebieden die onder invloed staan van zout water. In de Lage landen is dat bij de Noordzee- en Waddenkust, en op de waddeneilanden.


Onze honingbij op een zulte zonder lintbloemen.

Als zulte op grond staat met een relatief hoog zoutgehalte dan ontbreken de (licht-lila tot witte) lintbloemen, en resteert alleen het gele hart.


De latijnse naam tripoleum is verzonnen door Theophrastus van Eresus, die een leerling van Aristoteles was, en wel wordt gezien als de eerste botanicus. Hij verzon de naam tripoleum omdat hij meende dat de plant driemaal daags van kleur veranderde: 's ochtends wit, rond het middaguur lila, en later in de middag donkerpaars. 'Tri' is drie, en 'polium' is waarschijnlijk afgeleid van het Griekse woord 'polon' (=bewegen).


De bloemen van de zulte zijn rijk aan nectar en stuifmeel, en vormen voor onze honingbij een uitstekende najaarsdracht.

De honing van de zulte wordt meestal niet geslingerd[1] vanwege zijn aroma ( zweetvoetenlucht), maar de honing is wel goed van smaak.

Als je deze speciale honing wel wilt slingeren, dan moet je (omdat deze dracht zo laat is) een goed plan maken om je volken nog goed in te winteren[2].


De zulte heeft tot 12 centimeter lange lancetvormige bladeren. De jonge bladeren[3] van de zulte worden (zoals spinazie) als bladgroente gegeten, en kunnen het beste in het voorjaar en het begin van de zomer worden geoogst. Deze blaadjes worden dan onder de naam lamsoren te koop aangeboden hetgeen verwarrend is aangezien de echte lamsoor (Limonium vulgare) ook op zoute gronden groeit, en ook een eetbare plant is.


De plant kan zich zowel via zaad als via de wortels voortplanten.


  • Bloeiperiode: juni - september
  • Grootte: tot 60 centimeter hoog
  • Bevlieging door honingbijen: (np)5
  • Stuifmeel: geel, maar aan de stuifmeelklompjes oranjegeel.


Verwijzingen en bronnen


Voetnoten

  1. Als je deze honing niet slingert dan wel oppassen met deze honing als wintervoer aangezien deze honing heel snel gisten. Als je deze honing niet wilt slingeren dan is het zaak om op tijd in te winteren zodat de honing van de zulte nabij het broednest wordt opgeslagen en dus ook snel door de bijen wordt geconsumeerd. Ook kun je tijdens de dracht suikerwater voeren zodat de nectar van de zulte wordt verdund en daardoor minder snel gist.
  2. Zo kun je eventuele andere volken die je niet op de zulte hebt staan overmatig wintervoer geven waarvan je dan later het surplus overdraagt op de volken die terugkeren vanaf de zulte. Ook zijn er manieren om ook nog tot medio oktober in te kunnen winteren, bijvoorbeeld met een omgekeerde pot.
  3. Jong = tot zo'n 6 weken na de opkomst van de blaadjes.