Bijenbrood
Bijenbrood (ook wel perga) is op zijn kortst gezegd gefermenteerd / langer houdbaar stuifmeel. Je kunt bijenbrood in de cellen onderscheiden van vers stuifmeel door de wat natte glans er op.
De bijen verzamelen eerst stuifmeel in stuifmeelklompjes en slaan het vervolgens bij voorkeur in cellen in het broednest op, en daar tref je daarom soms ook een cel met stuifmeel aan.
Het meeste stuifmeel vind je in het voorjaar en zomer echter aan de rand[1] van het broednest, omdat vers stuifmeel vlot door de voedsterbijen wordt opgegeten, en een cel waar de koningin een eitje in legt daarna 3 weken is bezet door achtereenvolgens het larfje en de pop die hier uit ontstaat.
Het is goed om te realiseren dat het betreffende stuifmeel nat is gemaakt met nectar, waarin ook goede bacteriën zitten, om er een goed vervoerbaar stuifmeelklompje van te maken.
Als het aldus "vochtige" stuifmeel niet binnen de kortste keren wordt geconsumeerd, dan ondergaat het een gisting waardoor in zo'n 2 weken tijd het bijenbrood ontstaat. Waarschijnlijk zijn bij deze gisting vooral die 'goede bacteriën' betrokken[2].
Het verschil tussen vers stuifmeel en bijenbrood is als het ware hetzelfde als het verschil tussen verse kool en zuurkool. Zuurgraad zorgt (net als bij honing) voor conservering en voor remming van schimmels.
In dit bijenbrood neemt de verteerbaarheid toe en blijft de voedingswaarde van het stuifmeel langer in stand dan als het simpelweg los stuifmeel zou zijn. Die grotere verteerbaarheid zorgt het voor dat de voedsterbijen het ook aan de minstens 4 dagen oude larven[3] kunnen voeren (de jongere larven kunnen alleen voedersappen verteren).
Kiemkracht van stuifmeel verschilt per plant, maar zodra het bijenbrood is, is het bij alle stuifmeel afgelopen met de de kiemkracht.
Het bij voorkeur verse stuifmeel, maar anders het bijenbrood, wordt door jonge bijen gegeten om de vetlichaampjes en de voedersapklieren op te bouwen.
Als er een tekort aan vers stuifmeel en bijenbrood ontstaat kunnen de voedsterbijen ongeveer één week interen op hun vetlichaampjes. Daarna worden eitjes en jonge larve gekannibaliseerd om de koningin en het overige al wat oudere broed van eiwit te kunnen voorzien.
Voor de winter wordt het bijenbrood met honing afgedekt, en voorafgaand is dat stuifmeel (dat bijenbrood wordt) ook al wel verder vanaf het broednest opgeslagen.
Samenstelling[4] van bijenbrood:
Water 20-30 g
Proteïnen en aminozuren 10-40 g (Er zijn meer dan 10 aminozuren in bijenbrood gevonden; de Groot 1953).
Vetten 1-10 g
Voedingsvezels 0,3-20 g
Suikers 13-55 g
Kalium 400-2000 mg
Vitamines C,B,E,H,P 5-20 g
Foliumzuur 0,3-1 mg
Flavonoïden 40-2500 mg
Enzymen, en nog veel meer.
Het oogsten van bijenbrood kan mbv een “stuifmeelstans”.
Wat we uit de apitherapiepraktijk en literatuur weten is dat bijenbrood minder allergische reacties en spijsverteringsproblemen lijkt te veroorzaken dan het consumeren van stuifmeel.
Voetnoten
- ↑ Deze rand kan aan de de buitenkanten van het broednest soms hele ramen met alleen stuifmeel vormen.
- ↑ Alejandra Vásquez, Tobias Olofsson. The honey crop – the Holy Grail when antibiotics fail? Microbiology today, november 2011.
- ↑ López-Uribe, M., & Lawrence, B. (2021). The Biology of the Bread that Bees Make. In Fermentology. NC State University Libraries. https://doi.org/10.52750/340675
- ↑ De preciese samenstelling zal uiteraard verschillen per type(s) stuifmeel waar het bijenbrood uit is gevormd / gegist.
