Voedsterbij: verschil tussen versies

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
 
(3 tussenliggende versies door 2 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
Een van de eerste taken van een nieuwe werkbij is het (vanaf dag 4 tot 15) voedsterbij zijn. Ze levert dan voedersap aan larven. Eerst alleen aan oudere larven, maar vanaf dag 6 (als de voedersapklieren volgroeid zijn) ook de jongere larven. Een voedsterbij kan genoeg voedersap leveren voor 2 larven.
+
Een '''voedsterbij''' is een jonge werkbij die als taak heeft het produceren van de eiwitrijke [[voedersappen]] voor de rest van het bijenvolk<ref>Met uitzondering van de pas geboren werkbijen die nog geen voedsterbij zijn, maar al wel voldoende stuifmeel kunnen verteren om in de eigen eiwitbehoefte te kunnen voorzien en om in hun lichaam de voor de taak van voedsterbij belangrijke vetlichaampjes op te bouwen.</ref>. Voedsterbijen zijn daartoe beter in staat het eiwitrijke [[stuifmeel]] en [[bijenbrood]] te verteren, en onder andere om te zetten tot het zo belangrijke [[vitellogenine]], dan de andere werkbijen.
  
 +
Een voedsterbij voert de eiwitrijke voedersappen dus niet alleen aan de [[larven]] van de kolonie, hoewel daar wel het grootste gedeelte van de voedersappen terecht komt.
  
Het eiwitrijke voedersap in de voedersapklieren wordt geproduceerd vanuit honing en [[bijenbrood]]. Alle bijen (behalve de jonge bijen in opbouw) ontvangen hun benodigde [[eiwit]] van de voedsterbijen. De voedsterbijen zijn dus de verdelers van het [[eiwit]] in het volk. De jonge larven ontvangen de eerste 3 á 4 dagen alleen voedersap, daarna worden ze gevoed met een mengsel van voedersap, honing en stuifmeel. Als er een tekort aan bijenbrood ontstaat kunnen de voedsterbijen ongeveer één week interen op hun eiwitvetlichaam. Daarna worden eitjes en jonge larve gekanabaliseerd om de koningin en het overige broed van eiwit te voorzien.
+
Een werkbij is ongeveer vanaf haar de vierde tot de vijftiende dag voedsterbij. Alleen in die periode heeft ze [[voedersapklieren]] van voldoende kwaliteit om die rol op zich te nemen. Uiteraard ligt dit bij de [[winterbijen]] anders.
 +
 
 +
Een voedsterbij is niet vanaf het begin af aan in staat om alle verschillende kwaliteiten voedersap te produceren. Pas vanaf de zesde dag zijn de voedersapklieren volgroeid en kan ze ook de jongere larven van 1 - 2 dagen oud voeden met eiwitrijkere voedersappen.  
 +
 
 +
Als er een tekort aan stuifmeel en ook bijenbrood ontstaat kunnen de voedsterbijen ongeveer één week interen op hun [[vetlichaampjes]]. Daarna worden [[eitjes]] en jonge larven gekannibaliseerd om de koningin en het oudere broed van eiwit te voorzien.
 +
 
 +
==Voetnoten==
 +
<references />

Huidige versie van 27 dec 2011 om 11:14

Een voedsterbij is een jonge werkbij die als taak heeft het produceren van de eiwitrijke voedersappen voor de rest van het bijenvolk[1]. Voedsterbijen zijn daartoe beter in staat het eiwitrijke stuifmeel en bijenbrood te verteren, en onder andere om te zetten tot het zo belangrijke vitellogenine, dan de andere werkbijen.

Een voedsterbij voert de eiwitrijke voedersappen dus niet alleen aan de larven van de kolonie, hoewel daar wel het grootste gedeelte van de voedersappen terecht komt.

Een werkbij is ongeveer vanaf haar de vierde tot de vijftiende dag voedsterbij. Alleen in die periode heeft ze voedersapklieren van voldoende kwaliteit om die rol op zich te nemen. Uiteraard ligt dit bij de winterbijen anders.

Een voedsterbij is niet vanaf het begin af aan in staat om alle verschillende kwaliteiten voedersap te produceren. Pas vanaf de zesde dag zijn de voedersapklieren volgroeid en kan ze ook de jongere larven van 1 - 2 dagen oud voeden met eiwitrijkere voedersappen.

Als er een tekort aan stuifmeel en ook bijenbrood ontstaat kunnen de voedsterbijen ongeveer één week interen op hun vetlichaampjes. Daarna worden eitjes en jonge larven gekannibaliseerd om de koningin en het oudere broed van eiwit te voorzien.

Voetnoten

  1. Met uitzondering van de pas geboren werkbijen die nog geen voedsterbij zijn, maar al wel voldoende stuifmeel kunnen verteren om in de eigen eiwitbehoefte te kunnen voorzien en om in hun lichaam de voor de taak van voedsterbij belangrijke vetlichaampjes op te bouwen.