Wasmot: verschil tussen versies

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 1: Regel 1:
 
__NOTOC__
 
__NOTOC__
 +
[[image:Galleria mellonella.jpg|thumb|300px|left|De grote wasmot]]
 
==Omschrijving==
 
==Omschrijving==
 
In onze omgeving zijn er twee soorten wasmotten, de grote wasmot (Galleria Mellonella) en de kleine wasmot (Achroia grisella), die voor de bijenvolken een probleem kunnen zijn. De grote wasmot en kleine wasmot kunnen echter niet tegelijk in één kast leven, de larve van de grote wasmot eet die van de kleine wasmot op.
 
In onze omgeving zijn er twee soorten wasmotten, de grote wasmot (Galleria Mellonella) en de kleine wasmot (Achroia grisella), die voor de bijenvolken een probleem kunnen zijn. De grote wasmot en kleine wasmot kunnen echter niet tegelijk in één kast leven, de larve van de grote wasmot eet die van de kleine wasmot op.
  
  
[[image:Wasmot01.jpg|500px|right|thumb|Terwijl de wasmot-larven zich een baan door de raten heenvreten spinnen ze een cocon van zijde-achtig draad. Hierin kunnen uitlopende bijen (= bijen die hun geboortecel verlaten) vast komen te zitten. Foto: Ad Staals]]
+
[[image:Wasmot01.jpg|500px|right|thumb|Terwijl de wasmot-larven zich een baan door de raten heenvreten spinnen ze een cocon van zijde-achtig draad. Hierin kunnen uitlopende bijen (= bijen die hun geboortecel verlaten) vast komen te zitten.]]
 
Ondanks dat wasmotten voornamelijk te vinden zijn in de voorraad van de imker, bijvoorbeeld bij opslag van ramen, kunnen zwakkere en kleine volken op de buitenste ramen last krijgen van wasmot. Ook wanneer een volk sterft, en de imker dit niet tijdig door heeft, heeft de wasmot vrijspel.
 
Ondanks dat wasmotten voornamelijk te vinden zijn in de voorraad van de imker, bijvoorbeeld bij opslag van ramen, kunnen zwakkere en kleine volken op de buitenste ramen last krijgen van wasmot. Ook wanneer een volk sterft, en de imker dit niet tijdig door heeft, heeft de wasmot vrijspel.
  

Versie van 14 okt 2010 om 11:13

De grote wasmot

Omschrijving

In onze omgeving zijn er twee soorten wasmotten, de grote wasmot (Galleria Mellonella) en de kleine wasmot (Achroia grisella), die voor de bijenvolken een probleem kunnen zijn. De grote wasmot en kleine wasmot kunnen echter niet tegelijk in één kast leven, de larve van de grote wasmot eet die van de kleine wasmot op.


Terwijl de wasmot-larven zich een baan door de raten heenvreten spinnen ze een cocon van zijde-achtig draad. Hierin kunnen uitlopende bijen (= bijen die hun geboortecel verlaten) vast komen te zitten.

Ondanks dat wasmotten voornamelijk te vinden zijn in de voorraad van de imker, bijvoorbeeld bij opslag van ramen, kunnen zwakkere en kleine volken op de buitenste ramen last krijgen van wasmot. Ook wanneer een volk sterft, en de imker dit niet tijdig door heeft, heeft de wasmot vrijspel.


De grote en de kleine wasmot hebben een met elkaar overeenkomende levenscyclus. De volwassen vrouwelijke proberen (voornamelijk 's nachts) snel langs de wachtbijen te komen om op geschikte plekken in de kast eitjes te leggen. De kleine wasmot kan tot 600 eitjes leggen terwijl de grote wasmot tot 1800 eitjes legt. Afhankelijk van de temperatuur komen de eitjes 5 tot 30 dagen later uit. De larven vreten vervolgens de was, de honing en het stuifmeel in de ramen aan. De larven verdubbelen in de eerste tien dagen van gewicht.De larven hebben de voorkeur voor oude raat waarin veel resten van de verpoppingen zitten. Als de larven klaar zijn om te gaan verpoppen spinnen ze een cocon aan de bovenkanten van het raam. Volwassen wasmotten veroorzaken geen directe schade meer omdat hun monddelen verschrompeld (geatrofieerd) zijn.


Wanneer ze uitkomen vliegen ze vroeg in de ochtend uit om te paren om, als het donker is, weer terug te keren om de volgende generatie te starten. Ze brengen afhankelijke van de klimaatomstandigheden (m.n. de temperatuur) circa 3 generaties per jaar voort. Omdat de wasmot ook naar een ander kast dan naar de geboortekast kan gaan is het een potientiële overbrenger van ziekten van de ene naar de andere kast.


Maatregelen

  • Preventief:
    • was buiten het bijenvolk afgesloten bewaren
    • bodems regelmatig schoon maken
    • schoorsteenopslag: een toren van goed op elkaar passende bakken met zowel ventilatie als vliegengaas van boven en onder.
  • Bestrijding:
    • Door schokken en reizen gaan de larven lopen zodat ze door de bijen kunnen worden afgestoken.
    • leg op iedere bak van een schoorsteenopslag een handvol verse walnotenbladeren en/of lavendelblaadjes. Op tijd verversen! Deze maatregel is niet altijd afdoende.
    • Bij de opslag van ramen ijsazijn of mierenzuur gebruiken. U voorkomt zo dat ze zich in de opgeslagen ramen vestigen. Vergeet niet om telkens op tijd bij te vullen. Let op: mierenzuur is corrosief en kan de spandraden van de ramen aantasten. Meegenomen: met de toepassing van deze organische zuren dood je naast de wasmot ook de stuifmeelmijt, de sporen van Nosema, amoeben en de sporen van schimmels zoals die van kalkbroed.
    • Oorwormen en ook de boekenschorpioen ruimen de eitjes van de wasmot op. Dit helpt, maar is op zich geen afdoende bestrijding.
    • Temperaturen boven de 50 graden (40 minuten) doden alle stadia van de wasmot.
    • Ook koude kan de wasmotten doden. Bij -7 graden leven ze niet langer dan 5 uur terwijl ze bij -12 graden in 3 uur dood zijn.
    • Benevelen met de bacterie (Bacillus thuringiensis) wat in het spuitmiddel B401 zit (goed de gebruiksaanwijzing bekijken!)
  • Niet doen:
    • het gebruik van chemische middelen zoals zwavel.
    • Het gebruik van mottenballen, ofwel paradichloorbenzeen. Dit is zelfs verboden omdat deze stof in hoge mate kankerverwekkend en residuvormend in was is.


Navigatie